Selecteer een pagina

‘De Karst, de clown demarreert’ van John van Ierland is één groot interview met Gerben Karstens, een tijdcapsule naar de mooie schaats- en wielerdagen van de jaren zestig en zeventig.

Zijn vader gaf hem zijn eerste racefiets maar had jaren later wel bedenkingen over die actie:
‘Dat had ik nooit moeten doen, geen notaris, geen boer maar een clown op een fiets heb ik grootgebracht: een kermisattractie.’

Het sportleven van Gerben Karstens staat bol van belevenissen die anderen deden wanhopen, huilen, lachen en juichen. Hij reed in zijn jeugdjaren veel op de schaats, werd aangezet door zijn grote held Reinier Paping om aan wedstrijden te gaan doen en veroverde zijn plaats in de Nederlandse schaatskernploeg. Ondanks dat talent koos hij toch voor een carrière in het wielrennen. Hij pakte goud op de Olympische Spelen van 1964 en werd professioneel wielrenner. In die categorie behaalde de superieure sprinter Karstens, van 1965 tot 1980, onder andere overwinningen in alle drie de grote rondes (Frankrijk, Spanje en Italië) en verschillende klassiekers.
• Als ‘de Karst’ gaf hij nooit op en was hij onverzettelijk.
• Als ‘de Leidse notariszoon’ wist hij de koers te lezen en organisaties te doorgronden.
• Als ‘de clown’ bespeelde hij zijn collega’s en het publiek, onvergetelijk zijn zijn vele fratsen en grollen.
Ieder kent nog zijn stunts in de Tour de France, als een Cerberus hield hij het peloton tegen zodat ze wat rustiger gingen rijden, hij liftte een half uur mee op de schouders van Eddy Peelman, en demarreerde om na de eerste bocht zich te verstoppen en weer achter in het op hem jagende peloton aan te sluiten. Zijn stunts waren niet louter ingevingen van het moment maar hadden allen een diepere betekenis. In de basis waren ze er voor de bescherming van de wielrenners en daar bovenop als vermaak voor het publiek.
De Karst bouwde vijftig jaar geleden het fundament van de nog steeds bestaande bond voor beroepswielrenners en hij organiseerde menige staking om onder andere vermoeiende verplaatsingen in de Tour te minimaliseren. Daarnaast kon hij ook erg hard fietsen en pakte daardoor vele ritten, hij was de eerste Nederlander die won op de Champs Élysées, het officieuze wereldkampioenschap sprint, en hij zegevierde met een experimenteel vast verzet in de klassieker Parijs Tours. In de jaren zestig en zeventig, de jaren waarin er pogingen werden gedaan de doping centraal tegen te gaan, is Gerben beschuldigd voor het gebruik van stimulerende middelen.

Het boek is tot stand gekomen met medewerking van Reinier Paping en Ard Schenk, Jan Janssen, Joop Zoetemelk en Rini Wagtmans. Jo de Roo, René Pijnen en Gerard Koel. Bernard Hinault en Jean-Marie Leblanc. Francesco Moser en Didi Thurau. Eddy Peelman en Ferdinand Bracke.

‘De Karst, de clown demarreert’ is één groot interview, een tijdcapsule naar de mooie schaats- en wielerdagen van de jaren zestig en zeventig.

De biografie is geschreven door John van Ierland (Breda 1964)