Selecteer een pagina

Wielertermen, jargon, gezegdes en beroemde uitspraken gebezigd in het wielrennen

Het wielrennen is een rijke taal als het om jargon gaat. Voor elke situatie zijn er wel meerdere wielertermen. Hieronder een overzicht van de bekendste wielertermen. Suggesties zijn welkom.

Koerssituaties

  • chasse patate : Dat is de situatie waarbij een groepje renners uit het peloton ontsnapt om naar een kopgroep te rijden, maar halfweg blijft hangen. Ze slagen er kilometers lang niet in de kopgroep te bereiken, maar ze zijn ook te ver voorop om zich nog te laten inhalen door het peloton. Zoals taal- en sportkenner Mark Uytterhoeven ooit opmerkte: “je voelt je redelijk onnozel, ‘en chasse patate’.” Ook wel zwemmen genoemd.
  • wandeletappe: een etappe met een lage gemiddelde snelheid.

Terug

Type renners

  • wieltjeszuiger: wielrenner die steeds achter een ander aanrijdt en niet op kop gaat. Gezegd door Eddy Merckx over Joop Zoetemelk.
  • meesterknecht: ploeggenoot die veel werk verzet voor zijn kopman; ook wel adjudant of wegkapitein genoemd.
  • klimmer: een renner die goed bergop kan
  • sprinter: iemand die snel kan aankomen
  • strijkijzer: iemand die totaal niet kan sprinten
  • spurtbom: begenadigde spurter met explosieve, krachtige stijl.
  • knecht: ploeggenoot in dienst rijdt van de kopman
  • kopman: de renner die door de ploeg vooruitgeschoven wordt als meest kansrijke renner
  • waterdrager: knecht, haalt de bidons voor de kopmannen bij de ploegleidersauto
  • wegkapitein: de leider van de wielerploeg tijdens de koers oftewel het verlengstuk van de ploegleider.

Terug

Een extra inspanning doen of demarreren

  • gerrieknetemann

    Woordenkunstenaar Gerrie Knetemann

    de dood of de gladiolen: (in de laatste fase van een wedstrijd) zo hard mogelijk fietsen en maar kijken wat het resultaat is: de bloemen of helemaal niks.

  • de koers hard maken: groepsgewijs een hoog tempo rijden, waardoor ontsnappingen worden bemoeilijkt.
  • doorkachelen (Gerrie Knetemann): met het verstand op nul hard blijven doorfietsen.
  • een gat dicht rijden: een achterstand goedmaken.
  • een jasje uitdoen: een inspanning leveren, een stuk uit de reserves putten.
  • er een snok aan geven: extra hard gaan rijden.
  • een ander het snot voor de ogen rijden: hem afpeigeren en zo goed als eraf fietsen. (Vgl. opgebaard …)het gat dichten/dichtrijden: aansluiting krijgen met een voorligger.
  • hij zit te harken (met zijn hol open) (Gerrie Knetemann): hij rijdt zwoegend.
  • met je hol open zitten: zitten zwoegen om mee te kunnen. (Gerrie Knetemann)
  • op de grote molen: met een groot verzet, een grote versnelling op de fiets rijden.
  • op het rooster leggen: de renners worden door de beste in de groep helemaal kapot gereden
  • in iemands wiel springen: achter een tegenstander aan gaan.
  • stoempen: (variante van stampen) fietsen op kracht met weinig techniek vnl. op zwaar terrein (berg, kasseien, modderige grond). Vgl. op karakter fietsen.
  • aan de boom schudden: hard doorrijden om tegenstanders in de kopgroep te lossen.
  • aan het elastiek hangen: achter in een groep fietsen en op het punt staan gelost te worden.
  • een spervuur van demarrages: talrijke demarrages aan het eind van een wedstrijd of etappe.
  • wegkletsen: demarreren.
  • er vanonder muizen, op kousevoeten wegrijden: langzaam ongemerkt demarreren oftewel “op zijn Zoetemelks
  • Telefoneren: op een opvallende manier demarreren. Je ziet het al van mijlenver aankomen.

Terug

Tijdens of na de sprint:

  • de sprint aantrekken: op ruime afstand van de streep zo hard mogelijk rijden zodat de kopman in een ideale positie kan beginnen met sprinten.
  • de deur dichtdoen: (bij een sprint) van de eigen lijn afwijken en daardoor de tegenstander de pas afsnijden.
  • een kwak geven: tijdens de sprint bewust iemand opzij zetten door een bruusk manoeuvre.
  • treintje oproken: te snel haken een aantal ploeggenoten af die de sprinter naar de finish moeten brengen.
  • hij zit in een zetel: hij zit in een zeer voordelige positie als de sprint begint.
  • Met een neuslengte (ook: wieldikte) verschil winnen: winnen met een klein verschil.
  • stervende zwanen: een uitdrukking die af en toe door Michel Wuyts gebruikt wordt. Het is veelal een spurt tussen twee renners (of meerdere) die na een immense krachttoer nog een inspanning moeten leveren.
  • met twee vingers in de neus een overwinning behalen of op één been winnen: makkelijk winnen.
  • Surplacen: Veel voorkomend op de baan tijdens het onderdeel sprint. Renners gaan stilstaan omdat ze beide niet op kop willen rijden of de sprint vanaf de kop aan willen gaan. De meest ongeduldige renners verliest dit vaak en komt op kop te zitten. Vaak spannend als er een achtervolgende groep aan zit te komen.

Terug

De gesteldheid (vorm) van de renner

  • goede benen hebben: in goede vorm verkeren.
  • grinta (Italiaans): hardnekkigheid, verbetenheid (veel gebruikt door Michel Wuyts op de Vlaamse televisie).
  • pap in de benen hebben in slechte vorm verkeren.
  • op karakter fietsen: het fietsen niet opgeven ondanks pijn (door kwetsuur).
  • jus (in de benen): genoeg energie om hard te fietsen.
  • op souplesse rijden: de trappers met een efficiënte techniek rondbewegen, met een hoog aantal omwentelingen.
  • geen deuk in een pakje boter rijden

Terug

Truien, relikwieën en erelijst:

  • bolletjestrui: trui met rode stippen die in de Ronde van Frankrijk aan de leider in het bergklassement (de bergkoning) wordt gegeven; in het Frans: “maillot à pois” (“erwtjestrui”). De leider zelf wordt ook “de bolletjestrui” genoemd, net zoals de leider in het algemeen klassement (“de gele trui”) of in het puntenklassement (“de groene trui”).
  • De rode lantaarn: de laatste in het klassement van een etappekoers
  • De jokertrui: de trui behorende bij het combinatieklassement in de Tour de France (bestaat niet meer)
  • Het rode vod: de rode driehoek boven de weg dat aangeeft dat de laatste kilometer is ingegaan.
  • Bezemwagen: de wagen die achter de laatste renner aanrijdt. Stap je uit koers dan stap je in de bezemwagen.
  • Palmares: erelijst

Terug

Koerstactiek

  • een gat laten vallen: een of meer renners laten wegrijden, al dan niet met opzet.
  • d’r op en d’r over: een renner of groep inhalen, en vervolgens direct voorbij rijden.
  • elkaar bij de keel vasthouden (Maarten Ducrot): Wanneer klassementsrenners elkaar geen strobreed toegeven in de strijd om de koppositie. Daarmee wurgt de klassementsrenner ook zijn eigen kansen. Vaak wordt gedacht: ‘Ik niet, dan mijn concurrent ook niet.’
  • linkeballen: tactisch manoeuvreren aan het eind van een koers, dat wil zeggen maar weinig kopwerk doen.
  • en bloc: voluit, met volle inzet, rijden.
  • op de kant zetten: de laatste renner in de waaier kan niet meer schuilen achter de renner voor hem.
  • iemands karretje in de poep rijden (Gerrie Knetemann): geheel tegen de tactiek van een tegenstander in koersen.
  • op het wiel zitten: vlak achter iemand blijven rijden

Terug

Tijdens een beklimming:

  • een koffiemolentje draaien: met een zeer kleine versnelling rijden.
  • en danseuse: recht op de trappers bergop rijden en zwaaiende bewegingen maken met het lichaam.
  • de bus: groep renners die niet mee kan in de bergetappes en gezamenlijk in een rustiger tempo naar de finish fietst. De chauffeur van de bus is doorgaans een ervaren renner die het tempo zodanig regelt dat de groep nog binnen de toegelaten tijd aan de finish komt.In het italiaans de grupetto genoemd
  • een loper: een beklimming die geleidelijk aan steiler wordt en geen bruuske afwisseling in percentages kent (Michel Wuyts).
  • geparkeerd staan: nauwelijks nog bergop kunnen fietsen zodat men bijna stilstaat.
  • vals plat: licht oplopend, schijnbaar vlak stuk van het parkoers.
  • kuitenbijter: een korte steile helling

Terug

Bij (veel) wind:

  • Door de wind boren: met wind pal op kop voor het peloton proberen te blijven.
  • een waaier trekken: bij zijwind rijden de renners het liefst schuin achter elkaar, zodat de renners (behalve de eerste) uit de wind rijden. Wanneer zo de ganse breedte van de weg gebruikt is en er geen plaats meer is, komt de volgende renner in de wind en zal die het moeilijker krijgen om te volgen. Omdat hij in feite verplicht wordt om een nieuwe waaier te vormen, kan hij en de rest van het peloton “eraf gereden worden”. (Verwant: (het peloton) op de kant zetten.)
  • in/uit de wind rijden
  • mongolenwaaier: groep gelosten.

Terug

Niet meer bij kunnen houden:

  • er af gepierd worden (Maarten Ducrot): het tempo niet meer kunnen volgen.
  • een wapper krijgen: Hongerklop krijgen. Te weinig gegeten hebben waardoor het lichaam in eens niet meer in staat is tot grote fysieke inspanning.
  • hongerklop: plotselinge uitputting door tekort aan koolhydraten.
  • hij is gezien: hij is verslagen, op achterstand gereden.
  • lossen: niet mee kunnen komen met een groep of het peloton.
  • de man met de hamer tegenkomen: in korte tijd compleet uitgeput raken.
  • opgebaard over de meet komen nadat je je het snot voor de ogen hebt gereden (Gerrie Knetemann): dodelijk vermoeid de finish bereiken.
  • patat krijgen: een sportieve draai om je oren krijgen;
  • uitgewoond zijn (ook: uitgepierd zijn): uitgeput zijn.
  • vierkant draaien: niet vlot fietsen (vooral door technische tegenslag of vete in de ontsnappende groep).
  • het nekkie is eraf.

Terug

Verboden middelen/doping:

  • gesneden brood: groeihormonen.
  • kever: een dosis testosteron.
  • het nieuwe wielrennen: wielrennen zonder doping, term ingevoerd na de doping-affaires van 2006 en 2007.
  • binnenband: inspuiting in de ader.
  • pakker, een renner die doping neemt

Terug

Beroemde uitspraken:

  • “Als Jan Janssen de Tour kan winnen kan mijn schoonmoeder het ook”. (Kees Pellenaars)
  • “De Tour wacht op niemand”: er is geen mededogen met pechvogels in de Tour de France.
  • “Namen zeggen me niks. Rugnummers moet ik hebben”. (Barend Barendse, reagerend op een mededeling dat Pflimlin gevallen was.)
  • “Je rijdt de Tour niet op een boterham met pindakaas”, dat wil zeggen niet zonder verboden middelen, opmerking toegeschreven aan Gerrie Knetemann. “Je wint de tour niet op een krentenbol”, zei Eddy Merckx ook.
  • “Parijs is nog ver: uitdrukking die toegeschreven is aan Joop Zoetemelk, wil aangeven dat de strijd nog niet gestreden is, dat de prijzen aan de eindmeet worden uitgedeeld.
  • “Het is wat het is”, Johan van der Velde.

Terug
Kijk voor nog meer wielertermen op wielertips.nl en wikipedia.nl.

Aankomende toertochten

zo 26

Subaru Beach Battle

26 november @ 00:00
dec 03

Dijk tot Dijkrace

3 december @ 00:00
dec 06

Zwift X Tacx on tour 2017

6 december @ 08:00 - 17:00
dec 10

EK Strandrace

10 december @ 00:00
dec 23

Christmas Beach Race

23 december @ 00:00

Toekomstige evenementen

zo 26

Subaru Beach Battle

26 november @ 00:00
dec 03

Dijk tot Dijkrace

3 december @ 00:00
dec 06

Zwift X Tacx on tour 2017

6 december @ 08:00 - 17:00
Share This