We waren voor ons jaarlijkse Leidsche club weekend neergestreken in het groene hart. Even buiten Aarlanderveen hadden we twee mega BoerenBed tenten gehuurd, compleet met bedstee. Ook hadden we wat tentjes op het aangrenzende weiland uitgegooid. Het weekendje op de boerderij in coronatijd speelde zich gelukkig – ondanks het typische hollandse weer – grotendeels buiten af. 

Er lopen alleen wat schaapjes los op het weiland had boer Anton gezegd. Die doen niks. De os die even later – out of the blue – ten tonele verscheen had duidelijk andere plannen. Hij kwam met hoge snelheid aangestierd terwijl ik met een paar haringen de tentjes vastzette. Ik kon hem nog net – als een volleerd stierenvechter – ontwijken. De os – stier zonder ballen – was duidelijk uit op bloed of was hij gewoon blij ons te zien? De os die luisterde naar de naam Otto had – vertelde Anton – ooit de ambitie om nog eens in de Plaza del Toro in Sevilla voor een volle arena een stierenvechter op zijn horns te nemen. Zijn droom spatte jaren geleden uiteen toen hij zijn ballen op de tafel moest leggen. Deze vernedering is hij nooit meer te boven gekomen. Nu jaagt hij – uit frustratie – nietsvermoedende BoerenBed-vakantiegangers de stuipen op het lijf. 

De rust keerde terug toen boer Anton met veel moeite os Otto naar het andere veldje wist te loodsen. Otto doet niks, maar je moet wel altijd op je hoede zijn waarschuwde hij achteraf. Beter laat dan nooit. 

Nadat we bekomen waren van de schrik genoten we van de hollandse landschappen die als levende schilderijen aan ons voorbij trokken. 

Ab+