Luik – Bastenaken – Luik

Luik-Bastenaken-Luik (Frans: Liège-Bastogne-Liège), bijgenaamd La Doyenne, is een wielerklassieker die zich slingert over allerlei Ardense beklimmingen. De klassieker  wordt verreden sinds 1892. De wedstrijd was aanvankelijk opengesteld voor amateurs en leek na de eerste drie edities (allemaal gewonnen door de Belg Léon Houa) een stille dood te sterven. Het duurde tot 1908 voordat de koers weer werd georganiseerd en deze keer waren ook profs welkom. André Trousselier ging met de zege aan de haal. Hij was daarmee de eerste, maar zeker niet de laatste Fransman die dat kunstje flikte. Camille Danguillaume, Jacques Anquetil en Bernard Hinault (tweemaal) volgden Trousseliers voorbeeld. Memorabel was de editie van 20 april 1980 die bijna volledig in de sneeuw werd gereden. Reeds na 100 km hadden 100 van de 174 vertrekkers opgegeven. Uiteindelijk won Bernard Hinault de wedstrijd. Slechts 21 renners bereikten de finish.

Luik-Bastenaken-Luik is een afmattingstocht van rond de 260 kilometer. De race serveert elf officiële hellingen en een stoet opwaartse stroken die niet officieel meetellen, maar wél doorwegen. De finish is meestal in het centrum van Luik. De heenweg – 100 km – stelt niet veel voor, maar dat wordt meer dan goedgemaakt op de terugweg.  Deze is  150 kilometer lang en nergens echt vlak.  De heuvels van Luik-Bastenaken-Luik in de Ardennen zijn berucht, beroemd en gevreesd. Erg steile stroken tot zeker 20% en beklimmingen tussen de 2 en de 5 kilometer. Alles ligt hier voor de mannen en vrouwen met een unieke combinatie van een puncher en de lange adem.

Eddy Merckx schreef La Doyenne vijf keer op zijn naam, maar ook Valverde stond 4 keer op het hoogste podium De laatste Nederlandse overwinningen werden geboekt door Wout Poels in 2016, Anna van der Breggen in 2017 en 2018 en Annemiek van Vleuten won ‘naast alle andere dameskoersen’ in 2019 deze klassieker. In 2019 en 2020 waren het respectievelijk Fuglsang en Roglic bij de heren en Van Vleuten en Deignan bij de dames die LBL wonnen.

De drie strafste beklimmingen zijn, La Redoute is met een lengte van 2100 meter geen lange klim, tocht weet je één ding zeker: hij gaat pijn doen. Veel pijn. Met ruim 8% gemiddeld en maximalen tot meer dan 20% is deze beruchte klim een echte sloper.

Dwars door het bos met een mooie haarspeldbocht is de Col du Rosier een echte klassieker in de Ardennen. Met 3,9 kilometer is het een van de langere klimmetjes die je over 6,1% gemiddeld 235 hoogtemeters laat overbruggen. Het venijn van de klim zit aan het begin, eenmaal over de helft zijn de stijgingspercentages rond de 5%.

De laatste klim in La Doyenne, Rouche-aux-Faucons, is een ware afstraffing. Nog niet zo lang in het parcours, maar voor velen een gevreesde klim. Met 1,5 kilometer niet heel lang, maar de laatste 700 meter van deze sloper komen niet onder de 12%. Dus wie hier nog iets over heeft kan het verschil maken en daarna een poging voor de winst doen op de laatste oplopende baan richting de finish in Luik.

Net als bij bv. de Ronde van Vlaanderen Cyclo en de Paris-Roubaix Challenge kun je in de Liège-Bastogne-Liège Challenge proeven van het parcours dat wacht op het peloton. Ook hier kun je de dag voor de profs La Redoute bedwingen en je klimmersbenen testen. Dit jaar rij je echt alle hellingen die ook zondag op het menu staan en dat is zonder meer een unieke kans.