Parijs – Roubaix

De eendaagse wedstrijd die wordt verreden in het noorden van Frankrijk staat bekend als De Hel van het Noorden (L’Enfer du Nord).  De omschrijving “Hel van het Noorden” werd het eerst in 1919 gebruikt door een journalist die de eerste editie na de Eerste Wereldoorlog volgde en diep onder de indruk was van de oorlogsverwoestingen in Noord-Frankrijk. De vele kasseistroken – droog of nat levensgevaarlijk – hebben bijgedragen tot de iconische status van dit enige Franse monument.

De kasseienstroken hebben zo’n eigen karakter aan Parijs-Roubaix gegeven, dat de organisatie ieder jaar haar best doet in de omgeving originele kasseistroken te vinden en ze zo mogelijk als erfgoed te laten beschermen. Sommige kasseistroken zijn alleen toegankelijk voor publiek op de wedstrijddag. Tegenwoordig moeten de renners elk jaar over meer dan 50 kilometer kasseien rijden. Bekende kasseistroken zijn het Bos van Wallers-Arenberg, Pevelenberg (Mons-en-Pévèle) en de Carrefour de l’Arbre. Elke kasseistrook – in het frans secteur pavé – krijgt een gradatie in de vorm van sterren, waarbij vijf sterren de zwaarste stroken (in lengte en ligging van kasseien) aanduiden.

De renners finishen traditiegetrouw in het Vélodrome André Pétrieux van Roubaix. In 1936 werd de betonnen baan aangelegd in het Parc des Sports in het oostelijk deel van Roubaix.

De vaak barre weersomstandigheden waarin de renners over de kasseien moeten balanceren, vragen om specifiek technisch materiaal. De gebruikte fietsen in Parijs-Roubaix hebben dan ook veel weg van de cyclocross. Zo wordt meestal gekozen voor bredere banden en een iets lichtere bandendruk voor meer grip en een betere opvanging van de schokken. Door de vele lekke banden en valpartijen kiezen veel ploegen kiezen ervoor om op het parcours extra personeel met reservewielen (of soms met reservefietsen) te plaatsen omdat veel stroken vaak niet of moeilijk bereikbaar zijn met de ploegwagen. Zo wordt de renner beter geassisteerd bij eventuele materiaalbreuk of lekke band. Sommige toprenners gebruiken zelfs speciale frames, die geoptimaliseerd zijn voor het dokkerwerk van Parijs-Roubaix. Deze frames bieden meer stabiliteit en comfort voor de renner.

Hoewel het een Franse wedstrijd is, hebben de Belgen verreweg de meeste overwinningen behaald. Maar liefst 57 keer ging de Kassei mee terug naar België. Geen enkele nationaliteit won de klassieker vaker. Roger de Vlaeminck en Tom Boonen hebben elk vier zeges op hun naam staan. Vier Belgen wonnen de Hel van het Noorden drie keer: Julien Vervaecke, Gaston Rebry, Rik Van Looy en Eddy Merckx. De laatste Nederlandse winnaar is Niki Terpstra. Terpstra won in 2014, nadat hij in 2013 als derde en in 2012 als vijfde was gefinisht. Servais Knaven was de beste in 2001.  Peter Post won in 1964 als eerste Nederlander het monument. Ook Jan Janssen (1967), Jan Raas (1982) en Hennie Kuiper (1983) wonnen de klassieker. De vrouwen rijden sinds 2021 de ‘Hel van het Noorden’.